Mogen mijn kinderen nog even kind zijn aub?

Ik heb niet de stilste kinderen. Noch de flinkste. Laat staan de braafste. Maar dat betekent niet dat ze het slecht menen, die twee van mij. Hun hartje zit meer dan op de juiste plek. Het zijn gewoon levendige, behoorlijk stereotype jongens. Hevig, enthousiast, wild en misschien een tikkeltje te luid. Zwijgen kost hen behoorlijk veel moeite. Niet bewegen nog meer. En als het toch allemaal even lukt, is het zelden voor lang.

Thuis vormt die heftigheid zelden of nooit een probleem. Ze worden uiteraard op de vingers getikt als ze echt over de schreef gaan. Maar we hebben hier de luxe van een alleenstaand huis en een grote tuin. Dus af en toe compleet loos gaan kan perfect.

Maar op een ander wordt hun gedrag steeds vaker in vraag gesteld. Of zo lijkt het toch. Recent nog op vakantie in het prachtige Zuid-Tirol (het verslag van die reis volgt zéér snel trouwens!). Verwijtende, afkeurende blikken. Al dan niet aangevuld met vermanende woorden. Soms zelfs recht in hun of mijn gezicht. Op de luchthaven, in de trein, in het bos. Plekken waar mijn koters gewoon complexloos genoten van voor hen geweldig spectaculaire dingen. Met mij of hun omi altijd in de buurt. Om in te grijpen als het spel te heftig werd of het plezier zich in iets te luid gekir begon te vertalen. Hun vrijheid stopt immers waar die van een ander begint. Respect en beleefdheid blijven basiswaarden die ik er tot in den treure zal inpompen. En vooral: ik heb er zélf het meeste last van als ze zich misdragen. Wees gerust. Maar continu en voor het minste (of voor niks!) berispen, doe ik niet. Omdat het de zaken soms juist verergert en omdat er in mijn ogen ook minstens even veel momenten waren waarop ze wél netjes binnen de figuurlijke lijnen kleurden. Ik houd het trouwens niet vol om non-stop te blijven vermanen. Daar ben ik eerlijk in. Menselijk ook, denk ik.

Als je bijvoorbeeld al een paar uur wacht op je vlucht en je krijgt vervolgens nog twee uur vertraging aangesmeerd, dan is het geweldig moeilijk om je kinderen al die tijd onbeweeglijk en muisstil ter plaatse te houden. Of moet ik ze vastbinden aan hun stoel? Hun mond afplakken? Ik kan het ook niet vermijden dat ze per ongeluk tegen een mede-passagier aanstoten op de bus. Toch was dat ‘incidentje’ voldoende reden voor een knorrige Nederlandse man om zwaar uit te pakken tegen mijn jongste. De tweejarige begreep natuurlijk niet wat er aan de hand was en stak als tegenreactie deugenieterig zijn tong uit. Waarop de man in kwestie helemaal door het lint ging. “Sorry meneer, het zijn kinderen. Het is al laat en ze hebben ook al lang moeten wachten”, zei ik (veel te) beleefd om de boel te bedaren. Maar inwendig kookte ik van woede. Hoe kan je in godsnaam zo onverdraagzaam zijn? En hoe onwaarschijnlijk zielig ben je als je zo reageert op een levenslustige peuter?

Ook op het vliegtuig heb ik weer discussies gehad met de stewardessen. Zij worden keer op keer behoorlijk lastig als Rowen zich niet wil laten vastgespen voor het opstijgen of het landen. Ik begrijp dat het voor zijn eigen veiligheid is en ik weet dat ze hun procedures moeten volgen. Dat ze ook maar hun job doen. Maar je gaat mij toch niet vertellen dat mijn kind de enige tweejarige is die niet helemaal snapt waarom hij op bepaalde momenten plots ingesnoerd moet worden en zijn auto’s niet op het uitklapbare tafeltje mag zetten? Een tweejarige moet verplicht een eigen stoel nemen, maar de bijhorende gordel is niet aangepast aan kleine kinderen. Ze glippen er gewoon onderdoor als ze willen. En dat willen ze dus.

Ander voorbeeldje, vanop de trein. Een ritje van nog geen kwartier. Overdag, in een redelijk lege coupé. Jawel, plaats à volonté dus om te spelen. Op de grond en op de uitklapbare stoeltjes. Geen geluidloos spel, daar moet ik niet onnozel over doen, maar oorverdovend irritant was het nu ook weer niet. Toch vond één van de weinige andere passagiers het al na ongeveer drie minuten nodig om haar ongenoegen te uiten. In het Italiaans. En niet in vriendelijk Italiaans. Ja mevrouw, ik weet dat een trein geen speeltuin is en ik moedig het ook niet aan om ‘m als dusdanig te gebruiken, maar ik kan het niet helpen dat mijn kinderen mogelijkheden zien op zo’n moment.

Zelfde verhaal tijdens een bergwandeling, ver van de bewoonde wereld. Finn zingt vrolijk liedjes onderweg. Tot grote ergernis blijkbaar van een zeldzame passant. De man steekt een hele preek af tegen Finn, over hoe hij door zo veel lawaai te maken geen dieren zal kunnen zien. In het Duits dan nog wel. Terwijl hij heel goed had gehoord dat mijn kind die taal niet machtig is. Een onrechtstreeks verwijt bijgevolg aan zijn moeder, aan mij. Ik had mijn kinderen niet voldoende in toom gehouden in deze sacrale omgeving.

Ja jong, ik ben echt nog wat in shock. Heb ik echt zo’n irritante kinderen? Of te domme kinderen? Moeten ze alles ineens snappen? Al op 2 jaar even goed weten als een volwassene hoe de wereld in mekaar zit? Zijn volwassenen überhaupt altijd zo beleefd en respectvol? Komt hun eigen theorie altijd zo mooi overeen met de praktijk? Mogen kinderen hun grenzen niet aftasten? Hoort dat niet bij het hele leerproces? Ben ik niet streng genoeg? Is mijn opvoeding nu al mislukt? Ben ik gewoon de foute mensen tegengekomen? Of is onze maatschappij aan het verzuren? Moeten verdraagzaamheid en respect niet van beide kanten komen? Kunnen ouderen niks meer van jongeren verdragen? Ze zouden nochtans beter moeten weten. Vroeger vond men een kind dat stilzat abnormaal. Tegenwoordig lijkt het de norm. Kinderen moeten maar meteen in de pas lopen. Peuters en kleuters moeten maar meteen weten wat wel en niet hoort. En nieuwsgierigheid en enthousiasme moeten maar meteen in de kiem gesmoord worden.

Wat zijn jullie ervaringen/meningen hieromtrent?

Over hoe het moederschap de band met mijn familie (nog) sterker maakte.

Terwijl ik dit schrijf, sijpelt het nieuws binnen over de afschuwelijke aanslagen op de luchthaven van Zaventem en in de Brusselse metro. En dat maakt wat ik wil neerpennen ironisch genoeg alleen maar relevanter. Want nu de wereld helemaal naar de kloten lijkt, klamp ik mij meer dan ooit vast aan mijn inner circle. Mijn kinderen, mijn gezin, mijn familie. Als zij gezond en gelukkig zijn, ben ik dat ook. Hier kiemt de liefde, van hieruit spreaden we the love. Dat wil ik toch geloven. En dat moeten we allemaal geloven. Meer dan ooit dus.

Als kind besef je amper hoe waardevol familie is (of kan zijn), als tiener wil je liever zo weinig mogelijk met hen te maken hebben én als twintiger ben je gewoon te druk met jezelf en je job in de weer. Maar ondertussen ben ik een dertiger. Een moeder ook. Ouder en wijzer. Echt. Sinds ik zelf kinderen heb, is er veel veranderd in mijn hoofd. Mijn levensfilosofie, mijn prioriteiten, mijn ambities. Ze lijken in niets meer op die van vroeger. Ik hoef niet meer nonstop op de rollercoaster. Ik koester het gewone, het dagdagelijkse. Maar ik vecht tegelijkertijd ook tegen de vanzelfsprekendheid ervan. Goed omringd zijn, is één van de schoonste cadeaus die je kan krijgen in het leven. En dus probeer ik te genieten van de mensen rondom mij. Ik wil zeker op dat vlak nergens spijt van hebben. Want spijt komt altijd te laat. Het leven is niet eindeloos. Ook dat van je geliefden niet.

Veel dank dus aan mijn kleine jongens die er- weliswaar zonder het zelf te beseffen- voor gezorgd hebben dat onze clan bijzonder hecht is geworden de laatste jaren. Al is het dan een ienie mienie clan. Tantes, nonkels, neven of nichten heb ik nooit gehad. En in de loop der jaren ben ik ook al drie grootouders en een overgrootmoeder kwijt geraakt. (Die laatste is wel 102 mogen worden en heeft Finn nog even gekend!) Maar wat overblijft, is wel een verdomd sterk blok. Mijn ouders, mijn zus, mijn opa (de stiefpapa van mijn mama) en mijn bomma (de mama van mijn papa) zijn de kern van mijn bestaan, mijn basis. Voor hen ga ik door het vuur. Omdat ik weet dat zij exact hetzelfde zouden doen. En omdat ze er altijd geweest zijn voor mij. Van ver of juist heel nabij. Zelfs toen ik hen niet, of toch allezinsveel minder, zag staan.

De liefde voor mijn ouders en mijn zus lijkt me redelijk evident, maar ook mijn grootouders zijn absolute toppertjes. Mijn opa is net 92 geworden en mijn bomma is een flink eind in de 80. Maar oh wee, als ze niet minstens één dag per week op één van de twee jongens mogen babysitten. Ik breng Rowen en Finn dus geregeld zonder acute reden naar hen. Gewoon omdat ze er zo hard van genieten. Ze voelen zich- naar eigen zeggen- elke oppasbeurt een dikke 20 jaar jonger. En uiteraard beseffen ze al te goed dat iedere keer ook de laatste keer kan zijn. Elke extra dag en elk extra moment dat hen gegund is, wordt ten volle gesavoureerd. Ik heb er dan ook geen enkel probleem mee om wat vaker over- en weer te rijden, om dezelfde drie ‘straffe’ verhalen telkens weer opnieuw te moeten aanhoren of om te aanvaarden dat mijn kinderen bij momenten volgepropt worden met boecht van Dunaldy. Alles gebeurt onvoorwaardelijk, uit liefde en vol goeie bedoelingen.

Maar ik wil nog weer doen, nog meer betekenen voor de mensen die zo belangrijk zijn voor mij. Zo heb ik net een weekje vakantie geregeld voor mijn dierbaren. Ik mijn wildste dromen zouden we met z’n allen naar Thailand vliegen, maar… het is gewoon Zeeland geworden. Ach, daar is ook een strand. En de beleving is belangrijker dan de bestemming. We hokken er een weekje samen in een mooie bungalow in Landal Green Parks Port Greve. Genieten van elkaar, over de generaties heen en met de jongste telgen als uiterst straf bindmiddel. Dat is by far de belangrijkste ambitie. Wandelen, fietsen en zwemmen zijn mooie extra’s.

Anderen content maken, geeft zo veel meer voldoening dan jezelf plezieren. Geluk zit in verdomd kleine dingen (of mensjes). En een bloedband is geweldige shit. Ik heb heus geen drama’s, zoals die van vandaag, nodig om dat te beseffen.

(Deze column verscheen eerder in het geweldig fijne on- en offline magazine Zappy Ouders.)

Moederen in het mobiele tijdperk.

Ja, ik heb een blog. En een profiel op FB en IG. En ja, ik check en update die drie-éénheid behoorlijk vaak. Verslaving of gewoonte? Euh… gewoonte, denk ik. Hoop ik. Al is die grens bij momenten behoorlijk dun. Dat het mijn job betreft, antwoord ik standaard. Maar dat ik het zó snel wil verantwoorden, en dan nog het meeste ten opzichte van mezelf, betekent wel iets. Toch verslaafd dus. Een beetje. Net als zovele anderen. Zoveel andere moeders ook. Trots moet zich tegenwoordig in foto’s en video’s vertalen. En liefst een hele Iphone en IG-feed vol. Vraag is dan of we ‘het moment’ nog wel pakken, of we nog wel écht genieten van onze kinderen? En niet opweg zijn om een soort toeschouwers van ons eigen leven en nageslacht te worden?

Bwah, zo negatief zie ik het niet. Hoewel ik af en toe heel radicaal mijn mobieltje wegleg en daar bijzonder rustig van word, kan ik ook met gemak een hele hoop pro’s aanhalen als het over social media gaat. Een verjaardagfeestje voor mijn jongens zal ik bijvoorbeeld veel mooier maken dan vroeger, puur omdat ik er een blogpost aan wil wijden. Versiering, cadeaus, de taart,… alles wordt net iets zorgvuldiger gepland, gekozen en uitgewerkt. Dat zou je met wat slechte wil als fake kunnen percipiëren, of zelfs als egoïstisch of aanstellerig, maar hey, it does the trick. Elke keer weer. Iedereen wordt blijer van het feit dat ik meer mijn best doe. Om wat voor reden dan ook. De bezoekers, het kind én ikzelf. Niet alleen achteraf, maar ook op het moment zelf. De moeite die je doet voor je online image straalt instant af op je leven in real life. Daar is toch niks fout aan? Bovendien haal ik zelf ook behoorlijk wat inspiratie uit de digitale inspanningen van collega-moeders. Door IG scrollen is als door een magazine bladeren, maar dan eindeloos en in vierkantjes.

Bwah, zo positief is het dan misschien ook weer niet. Sociale media zijn belachelijk tijdrovend. En die tijd hebben moderne moeders eigenlijk niet bepaald op overschot. Daarnaast leren kinderen meer van wat ze hun ouders zien doen, dan van wat diezelfde ouders hen vertellen. Geen mooi voorbeeld dus, zo’n moeder die vergroeid lijkt te zijn met haar mobieltje. En nog een belangrijke bezorgdheid: als je fotografeert, filmt of sharet, ben je natuurlijk (even) niet bij de les. Niet in the moment. Dat is niet fijn voor de mensen rondom je en eigenlijk ook niet voor jezelf. Je denkt dat je met gemak altijd en overal kan multitasken, maar dat is een illusie. Kiezen mag dan verliezen zijn, niet kiezen is ook niet perse gelijk aan winnen. Kinderen kennen trouwens maar al te goed het verschil tussen gespeelde en oprechte aandacht. En ze vinden het niet altijd tof dat hun dansjes, liedjes of lachjes continu geregistreerd worden. De mijne toch niet. Soms willen ze dat je écht kijkt en mee ‘beleeft’. Ongefilterd. Dus niet door een lens. Dan lopen ze weg of stoppen ze instant met hun leukigheid. Ergens wel handig. Zo ben je meteen verplicht om het los te laten. Dan, of wanneer het licht crappy is.

Dat continu willen vastleggen en delen is een drang die we ons in deze moderne tijden hebben laten aanpraten, dus kan je er- met wat goeie wil- ook perfect weer (een beetje) van afkicken. Mij helpt het bijvoorbeeld enorm om mezelf de volgende vragen te stellen: wat gebeurt er als ik dit moment niet vastleg voor de eeuwigheid? Of niet instant de wereld instuur? Juist ja, he-le-maal niks. Oké, ze worden zo belachelijk snel groot die koters van ons. Maar nu ook weer niet dat er elke minuut een verschil te zien valt. En oké, dat ene, specifieke moment komt misschien nooit meer terug. Maar er volgen er ongetwijfeld nog gelijkaardige. Ook hele mooie. Of grappige. Of ontroerende. Je moet ergens selecteren. Of je registreert het leven nonstop. Wanneer ga je die waanzinnige beeldenstroom in godsnaam ooit posten? Of herbekijken? En vooral: onderschat je de kracht van je eigen geheugen dan niet enorm? En de warme gevoelens die een herinnering (die zo puur is, juist omdat er geen beelden van bestaan) kan oproepen?
Kijk, ik werd vroeger als kind ook gefotografeerd én zelfs gefilmd door mijn ouders. En mijn vader heeft ook behoorlijk wat ‘gemist’, omdat hij zijn dochters op die registratiemomenten enkel door een (zwart-witte) zoeker zag. Maar bon, dat was toen wel alleen het geval bij speciale gelegenheden. Denk: verjaardag, communie of vakantie. Camera’s zaten nog niet standaard in de broekzak of de handtas. Geen fotoshoots dus puur om je feed of je wall wat op te leuken. Toch ben ik blij dat mijn jeugd gedocumenteerd is. Ik geniet er enorm van om mijn albums af en toe te doorbladeren of een schokkerig filmpje te herbekijken. En ik ben er zeker van dat mijn zonen daar op termijn ook de waarde van gaan inzien. Als wij de opgave voor hen tenminste niet té groot hebben gemaakt. Want ik weet niet hoe het bij jou zit, maar fotoalbums maken en printen komt er hier zelden van. Het hele archief staat dus online, in de IPhoto library of op één van de externe harde schijven in de kast.

Dus, misschien toch wat minderen zeker? Goed voor de kinderen: die zien op termijn de bomen door het bos nog en krijgen een beeld van hun moeder waar je wél blij mee kan zijn. Goed voor jezelf: meer tijd, meer ‘momenten’, meer onbezoedelde herinneringen. En goed voor je omgeving. Want werkelijk geen hond, zelfs niet je meest toegeweide fan of volger, gaat zitten grienen omdat jij niet onmiddellijk of nog erger: helemaal geen beeldmateriaal van die laatste knalprestatie of topstyling van je zoon of dochter hebt gedeeld. Integendeel, zij halen precies dezelfde voordelen uit de situatie.

 

Deze column verscheen ook in het heerlijke magazine Zappy Ouders. Lezen die handel! En vergeet ook de online versie niet te checken! En mijn vorige column!

 

blog - 1

Mijn 10 geboden van het moederschap.

bantry - 1

1. Perfectie is een illusie.

Ik heb door de komst van mijn jongens niet alleen de regie over mijn eigen leven moeten opgeven, ik ben ook moeten afstappen van mijn overdreven perfectionisme. Het is er nog wel, maar ik heb het weten om te vormen tot parttime-perfectionisme. Dat is een variant waar stukken beter mee te leven valt. Die andere moeders doen toch ook maar wat? Aanmodderen in de eerste plaats en het hoofd boven water proberen te houden.

Nee, op een ander is het niet per se beter. Ook al willen sommige Facebook- en Instagrampagina’s ons dat wel doen geloven. Soms laat ik de boel dus gewoon even de boel en stel dan vast dat er helemaal… niks gebeurt. Of ik hanteer het principe: ‘Gewoon goed is ook al goed’. Omdat ik toch de enige ben die het verschil met ‘perfect’ zou opmerken. Dat is een techniek die ik stiekem heb afgekeken van mijn lief, een absolute meester terzake. Niemand heeft ooit de opmerking gemaakt dat zijn goed nét niet goed genoeg was. Niet perfect goed is namelijk ook al héél goed. En ik probeer bovendien niet langer élke strijd te winnen. I choose my battles. Mijn kinderen mogen af en toe gerust zegevieren.

 2. Moeders zijn boeiende vrouwen.

Nee, ik ben niet altijd happy. Soms ben ik moe of geprikkeld. Soms maak ik de foute keuzes of zeg ik de verkeerde dingen. Soms weet ik het ook alle- maal niet en probeer ik gewoon te redden wat er te redden valt. Maar dan nog heeft het moederschap mij al meer opgeleverd dan ik ooit had durven te dromen. Ik durf zelfs te stellen dat ik tegenwoordig een veel leukere, slimmere en zelfs interessantere vrouw ben dan voor ik mama werd. Ook al maak ik minder reizen, lees ik minder boeken en lijdt mijn hersenactiviteit vrijwel continu onder een gebrek aan slaap. Dat komt ‒ heel simpel ‒ doordat mijn gevoels- wereld de laatste jaren zo veel rijker is geworden. Kinderen maken immers emoties in je los waarvan je het bestaan misschien wel kon vermoeden, maar waarvan de intensiteit je alsnog van je sokken blaast

3. Mijn kind, schoon kind.

Ik heb twee zonen en uiteraard zijn ze allebei belachelijk prachtig. De oudste is eigenzinnig en zo nu en dan behoorlijk contrair. Maar bij zijn grote mond hoort ook een bijzonder klein hartje. De jongste zou ondanks zijn luidruchtigheid en leeuwengegrom wel eens té lief kunnen worden voor deze planeet. Als hij lacht, word ik overvallen door het puurste geluk. En als ik mijn twee koters vanop een afstand gadesla terwijl ze samen spelen, durf ik van contentement al eens een traantje wegpinken.

4. Het zit ‘m in de kleine dingen.

Er is niks mooiers dan de wereld (her)ontdekken door de ogen van een kind. Jouw kind. Je ziet nieuwe dingen, andere dingen. Kleine dingen worden plots heel groot. Banaliteiten veranderen in verrassende ontdekkingen die de schoonheid van het leven en deze wereld benadrukken. Een esthetiek die zich dus niet per se uit in weidse zichten, tropische stranden of hete mannenlijven. Wel in bescheiden geneugten als de lach van mijn kleine snoodaards, een met liefde bereide maaltijd of een wandeling door het bos.

5. Leer van de vaders.

Is de fruitpap gemaakt? Staat de boekentas (gevuld) klaar? Zijn de juiste kleertjes gekozen? Is de opvang voor morgen geregeld? Ik heb con-stant de planning van 4 gezinsleden in mijn hoofd, mijn lief alleen de zijne. Als oma en opa komen babysitten wil ik het hen zo ridicuul gemakkelijk maken dat ik er beter de hele avond naast zou blijven zitten. Waardoor ik standaard te laat vertrek naar mijn afspraak. Terwijl de man als ie weg moet en weet dat er iemand overneemt, de boel met het grootste gemak de boel kan laten. Zijn verantwoordelijkheid stopt als hij de deur achter zich dicht trekt en herbegint als hij thuiskomt. Die van mij heeft helaas geen uitknop.

6. Er is geen definitie van goed moederschap.

Als je kind thuis geboren wordt, ben je een hippie. Als je baart in een ziekenhuis, doe je iets tegennatuurlijks. Hebben je kinderen veel speelgoed, dan zal je wel iets moeten compenseren. Maar heb je onvoldoende materiaal in huis, dan leren ze te weinig vaardigheden. Thuisblijfmama’s zijn lui, werkende mama’s zijn gevoelloos. Je kind te lang laten wenen is slecht voor zijn of haar brein, maar door het altijd vast te houden, kweek je een ongezonde band. Borstvoeding in het openbaar wordt moeilijk aanvaard, maar o wee als je flessenvoeding aan je baby geeft. Vroeger moest een baby op de buik slapen, nu lijk je wel gek als je je kind niet op zijn of haar rug legt. Om maar te zeggen: het debat over (goed) moederschap is eindeloos.

7. Wees lief voor mede-moeders.

Je voelt dat moeders naar elkaar kijken. Soms uit sympathie, soms om oprecht van elkaar te leren. Maar heel vaak ook met competitie in het achterhoofd. Mijn kind kan al stappen en dat van haar nog niet. Of haar zoon komt nog niet verder dan het brabbelen van een paar woordjes en de mijne spreekt al in deftige zinnen. Zij heeft haar kind precies niet onder controle, maar het mijne luistert wel. Op dit moment toch toevallig.

Vooraf had ik nochtans het idyllische beeld van een soort sisterhood of motherhood. Allemaal vrouwen die elkaar zonder woorden begrepen en steun of troost boden aan hen die iets te overweldigd waren door de gang van zaken in het nieuwe clubje. Mooi niet dus. Of toch niet altijd. Vrouwen kunnen verdomd venijnig zijn. Elkaar de loef afsteken of subtiele prikjes onder water uitdelen, horen zelfs in moederland tot de gangbare praktijken. Zeker in deze social media-tijden.

8. Huilen is verplicht. En slapen is het nieuwe vrijen.

Hoe gelukkig je ook bent met dat verse wezentje, niemand kan je behoeden voor de momenten waarop het allemaal wat minder gesmeerd verloopt. Elke (jonge) mama heeft slechte dagen. Sommigen hebben zelfs slechte maanden en een paar uitzonderingen hebben een slecht jaar. Maar niet iedere moeder durft ervoor uit te komen. Uit vrees waarschijnlijk dat ze als ‘zwak’ bestempeld zal worden. Noch- tans doet erover praten al wonderen. Herkenbare verhalen zijn gewel- dige oppeppers. Weten dat je niet alleen bent, een perfect medicijn. En gewoon eens goed bleiten was en is bij mij ook steevast succesvol. Even alle spanning en emotie eruit, even vooral niet sterk zijn. En daarna slapen. Lang en veel slapen. If possible.

Als kinderloze vrouw sta je vaak niet stil bij het belang én genot van voldoende slaap. Maar zodra je baby’s hebt, wordt slapen het nieuwe seksen. Believe me. Leven met slaaptekort maakt dat leven immers een stuk lastiger. Gaande van ‘een beetje vervelend’ tot ‘ik-zit-op-het- randje-van-een-depressie’. Het is waarschijnlijk ook de allergrootste aanpassing voor een verse ouder. Minder slapen en ook minder goed slapen. Lees: in stukken en brokken. Immer waakzaam, altijd klaar om recht te veren. Met een soort chronische vermoeidheid tot gevolg.

9. Moederschap is de perfecte contradictie.

Minder tijd dus voor werk, me– en we-time en uiteraard meer drukte en lawaai. En toch hebben mijn kinderen gek genoeg voor meer rust in mijn hoofd gezorgd. Juist omdat ik zo goed besef dat mijn tijd en mogelijkheden dezer dagen beperkt zijn, wil ik minder. Moet ik ook minder van mezelf. En dat is een zalig gevoel voor een perfectioniste die tot voor kort vond dat ze elke minuut van de dag zinvol en pro- ductief moest invullen.

10. Er is geen handleiding.

Elk kind, elke mama en elke context is anders. Er zijn dus geen regels, laat staan handige trucs, die overal en altijd gelden. Jammer, want ik vind opvoeden razend moeilijk. Voeden, verschonen en troosten zijn peanuts in vergelijking met alles wat daarna komt. Ik heb nooit een strenge mama willen zijn, eentje die verbiedt om te verbieden, maar ik merk dat ik mijn jongens op deze leeftijd toch ‘kort’ moet houden. Ze hebben grenzen nodig. Een duidelijk kader waarbinnen ze kunnen experimenteren. En hoewel ik een positieve benadering altijd vooropstel, moet ik toegeven dat- naast negeren en belonen- een straf bij momenten ook behoorlijk efficient kan zijn. Een paar minuutjes in de hoek never killed nobody, right?

Deze column verscheen eerder in het nieuwe én superfijne on- en offline magazine Zappy Ouders.

Meer lezen over moederen met een knipoog en een korrel zout? Check mijn boek!

Crazy X-mas Giveaway: Happy Mama.

HAPPY MAMA- cover

“Hulp vragen en krijgen is heus geen schande. En ook even aan jezelf denken kan geen kwaad. Als je niet op tijd stoom afblaast, knalt het deksel eraf en dan ben je nog verder van huis. Geloof me vrij, eens de gelukshormonen een beetje uitgewerkt raken en zowel de fysieke als mentale weerbaarheid afbrokkelen door het slaaptekort, stort je in. Alle kersverse moeders crashen. Sooner or later. Sommigen staan meteen weer op, anderen doen er langer over om recht te krabbelen. Maar dat de kraamtijd en de eerst tijd thuis werkelijk rimpelloos ver- lopen, is volgens mij één van de grootste leugens die de ronde doen. Dat en kinderen die meteen doorslapen. Daar geloof ik ook niks van.”

Dat ik dit jaar een boek geschreven heb, zou je hier of daar wel eens gelezen kunnen hebben. En misschien heb je Happy Mama ondertussen ook effectief in huis gehaald. If so, véél dank daarvoor! Laat me aub weten wat je ervan vindt: info@erikavantielen.be

Als je daarentegen nog twijfelt, of wacht op de gratis versie, dan is dit jouw moment. Want ik mag hier en nu 3 exemplaren van Happy Mama weggeven. Gesigneerd én aan huis geleverd door de kerstman. Al zal die verdacht veel weg hebben van de postbode.

Maar goed, wat moet je doen om te winnen? Heel simpel. Laat me in de comments weten welke blogpost van mij je in 2015 het liefst gelezen hebt. En deel vervolgens déze post via je je eigen FB. (Don’t forget to tag me!) Ik maak de winnaars vrijdag bekend via mijn FB-pagina.

Trouwens, als je zelf niet meteen tot de doelgroep behoort, is Happy Mama misschien wel hét perfecte kerst- of kraamcadeau voor een zwangere vriendin/zus/dochter of een nieuwbakken mama in je omgeving.

Het is een fase.

Processed with VSCOcam with t2 preset Processed with VSCOcam with t2 preset
Processed with VSCOcam with t2 preset Processed with VSCOcam with t2 preset

Een troostend en zowat alles verklarend zinnetje als het over de groeipijntjes van onze kinderen gaat. Een plotse afkeer van groenten? Het is een fase. Terrible two and even more terrible three? Fases uiteraard. Geobsedeerd door uitwerpselen, Bob de bouwer of dinosaurussen? Een fase, of wat had je gedacht.

Maar dat ook mijn ouderlijk leven in fases verloopt, daar had ik gek genoeg nog niet bij stilgestaan. Tot ik heel recent besefte dat er weer een nieuwe aangebroken was. Plots. Of zo leek het toch. Het betreft, zo blijkt, de fase waarin ik voel dat ik weer even meer aan mezelf moet denken. Mag denken. Omdat ik het nodig heb, omdat het mij goed doet. Enorm goed zelfs.

Want hoe graag ik ook mama ben en hoeveel geluk, plezier en trots ik ook puur uit mijn titel, ik val niet samen met die status alleen. Ik ben ook nog een vrouw, een lief en een onderneemster. Om maar een paar rollen te noemen. En hoewel ik meermaals heb verkondigd dat ik maar al te goed wist hoe ik al die facetten van mijn persoonlijkheid moest verenigen, week de praktijk dikwijls af van de mooie theorieën in mijn hoofd. Geen probleem in mijn vorige fase (ik lag er niet eens wakker van dat ik niet aan mijn eigen theorieën beantwoordde), wél in de deze dus. Alles is perceptie. Ook het beeld dat je over jezelf hebt.

Nu, ik geloof nog altijd eerder in een eigen leven mét mijn kinderen, dan een eigen leven naast mijn kinderen. Dat blijft een essentiële nuance. Maar dat leven van mij (met kinderen) mag weer (even?) wat meer body krijgen. Uitstapjes voor de kinderen? Natuurlijk. Maar ook uitstapjes waar ik iets aan heb. Avonden thuisblijven en babysitten? Zeer zeker. Maar ook avonden waarop ik ongegeneerd uitga en weiger te denken aan mijn levende wekkers de ochtend erop. Pampers en plasticine? Geen probleem. Maar ook yoga, concertjes en citytrips.

(Praktische bezwaren die ik gemakkelijkheidshalve even negeer:
-Mijn beste vrienden en vriendinnen zijn zelden beschikbaar om mij te vergezellen, wegens zelf nog in een andere fase zittend.
-Door er zelf minder te zijn, belast ik mijn (groot-)ouders nóg meer dan nu soms al het geval is.)

Als ze er niet zijn, als ik niet bij hen ben, mis ik mijn jongens. Maar het doet me tegelijk ontiegelijk veel deugd om even weg te zijn en te resetten. Ik kom altijd terug met een lichter hoofd en meer energie. Een heerlijk gevoel dat ik bijna vergeten was. Omdat ik er voorheen geen nood aan had. Dacht ik. Of misschien wilde ik gewoon niet in de verleiding komen. Ook een optie. Een goeie zelfs.

Whatever. Ondertussen zijn ze 4 en ruim anderhalf, die kinderen van mij. Zij zijn gegroeid en veranderd, en ik ben dat ook. Ik evolueer netjes mee met hen. Pas me aan. De grote, continue zorg heeft plaats gemaakt voor een even intense, maar net iets minder intensieve vorm. En dat is goed. For now. Want hey, ook dít is een fase. En dus is het ergens altijd een beetje wachten op de volgende.

Nog meer bekentenissen van een moeder lees je hier. Of in boekvorm.

Erika schreef een boek. Haal Happy Mama nu in huis!

happy - 1

Het voelt alsof ik een derde kind gebaard heb. Zo moe, trots, maar ook een beetje onzeker ben ik. Want het is toch best wel spannend om het resultaat van ontelbare uren, eenzaam schrijfwerk plots los te laten op de wereld.

Daarom een paar ‘richtlijnen’.

Wat je NIET moet verwachten van Happy Mama:

  • Dat het een zwangerschaps-/moederschapsbijbel, een handleiding of een praktische gids is.
  • Dat ik precies weet hoe het moet.
  • Theorie, definities, uitleg van ‘experten’.
  • Een verhaal over suikerspinroze wolken.
  • Een verhaal over gitzwarte wolken.

Wat je WEL mag verwachten van Happy Mama:

  • Het échte leven van een zwangere vrouw en de praktijk van het moederschap.
  • Ups, downs en vooral heel veel daartussen. Niks verbloemd, maar zeker ook niks slechter voorgesteld dan het is.
  • De successen, maar evenzeer de mislukkingen.
  • De zorgen, maar zeker ook de vreugde.
  • Tonnen trial & error.
  • Een stevige dosis ironie en zelfrelativering.

Voilà, veel leesplezier! En aarzel vooral niet om mij van feedback te voorzien. Of om het boek (al dan niet virtueel) vrolijk te sharen.

Happy Mama! koop je hier. Of in je vertrouwde boekhandel, vanaf 29/08.