School is cool?

Eén september. Als kind en als puber een datum waar ik niet bepaald naar uitkeek. Ik mocht dan wel een voorbeeldige leerlinge zijn, school heb ik toch altijd als een noodzakelijk kwaad beschouwd. Hoe beter ik mijn best deed, hoe minder gezever, hoe langer de vakantie en hoe sneller een diploma op zak. Dat en een niet te negeren drang naar perfectionisme. Meer moest je achter die opvallende ijverigheid niet gaan zoeken. Een attitude die ik trouwens netjes tot de laatste dag van mijn universitaire studies heb aangehouden. Mijn leven begon waar de verplichtingen en de pesterijen wegvielen. Daar waar ik mijn boeken, mijn leerstof en mijn vrienden zelf kon kiezen. Afstuderen voelde dan ook aan als een enorme bevrijding. De bevrijding van een juk waaronder ik een jaar of twintig geleden heb.

Nu, voor je mij verdenkt van een hoop frustraties, verdriet en onverwerkte trauma’s. Ik heb me natuurlijk niet een hele schoolcarrière lang doodongelukkig gevoeld en ik ben hier en daar ook fantastische mensen tegen het lijf gelopen. Maar ik vind het werkleven gewoon veel fijner dan het schoolleven. Ik ben opengebloeid in de jaren na mijn afstuderen. Omdat ik mijn eigen koers bepaal nu. Meer dan ooit zelfs. En enkel tijd steek in de zaken die ik zelf belangrijk vind. Op de manier die voor mij het beste werkt.

Je kan je dus meer dan waarschijnlijk wel voorstellen dat ik met lichte bezorgdheid kijk naar wat mijn eigen kinderen nog te wachten staat. Zij staan nog maar aan het begin van die lange schoolcarrière. Zij moeten nog jaren meedraaien in het hele systeem. En ja, misschien lukt dat allemaal probleemloos en maak ik mij nu nodeloos veel zorgen. Maar misschien wordt het keihard vechten. Jaren aan een stuk. Om wat voor reden dan ook.
We gaan het snel weten. Of toch beter kunnen inschatten. Want Finn start in de derde kleuterklas. En hier begint het écht naar het schijnt. Hier worden kleine mensjes voorbereid op de grote school. Met testen en al. Binnen de lijntjes kleuren wordt de norm, zowel letterlijk als figuurlijk. En dat maakt me toch een beetje bang. Omdat alles er voorlopig op wijst dat mijn kleine vent daar nog niet aantoe is. En eigenlijk moet hij er van mij ook nog niet klaar voor zijn. Het kan toch niet dat het al gedaan is met de pret op 5 jaar? En dat je daarna nog minstens 15 jaar bloedserieus doormoet? En het hoeft toch ook niet dat alle kinderen tot dezelfde volwassen norm worden geboetseerd? Langs de andere kant, het kind in kwestie ligt hier allemaal (nog) niet wakker van. School is cool. Leren is nog geen werkwoord. En voor zijn vrienden gaat hij door het vuur.

Ach, die extra tikkeltjes discipline, werklust en verantwoordelijkheidsgevoel worden de komende weken en maanden misschien wel spontaan gekweekt. Zeker nu hij ook zijn broertje zal mogen meenemen naar de andere kant van de grote poort. Kleine Rowen start in de instapklas. Inderdaad, die veilige omgeving waar ervaring nog primeert op kennis. Waar elk kunstje een talent is. En waar het nog niemand een hol kan schelen hoeveel puzzelstukjes je koter legt. Yeah, two and a half forever!

(Deze column verscheen eerder in het hele fijne magazine Zappy Ouders. De Ecargo Bike mocht ik testen via Bosch en de leuke zebra-shirts die de jongens dragen, zijn van Grey Kids Clothing.)

Erika experimenteert: A night at the museum.

Drie weken geleden beleefden we misschien wel de mooiste zomeravond van de grote vakantie. Die begon met een hapje, een drankje en flink wat waterpret in de Antwerpse zomerbar Bocadero. En eindigde met een bijzondere rondleiding in het Red Star Line Museum daar recht tegenover.

Het museum was die vrijdag speciaal langer open voor kinderen en hun familie. Een nocturne, quoi. En wat voor één. Onze jongens werden meegezogen naar het begin van de 20e eeuw en waanden zich ware landverhuizers. Of gewoon vluchtelingen, zoals men ze nu zou noemen. Meer dan een uur lang dachten ze oprecht dat ze elke minuut met de boot naar Amerika zouden vertrekken. Ze poseerden met hun bagage, namen de trein, leerden de kapitein van het schip kennen, werden gecontroleerd door een dokter voor ze aan boord gingen en speelden oude spelletjes. Educatief ja, maar vooral heel erg plezant. En ook de mama’s hebben zich niet verveeld!

Processed with VSCO with t1 presetred star - 6red star - 7red star - 5red star - 4Processed with VSCO with t1 preset

En dan waren er ook nog de lichtjes van de Schelde om de avond af te sluiten. Want bovenop de mooie toren van het Red Star Line Museum heb je een a-dem-benemend zicht op ‘t Stad

Zelf ook eens op ontdekking gaan in het fantastische Red Star Line Museum? 
Er zijn kindernocturnes tijdens alle schoolvakanties. Het museum is dan ’s avonds open van 18 tot 21u, speciaal voor families.

Altijd mogelijk: wandelen door de stad, in het spoor van de landverhuizers. (via de Antwerp Museum App).

Of reserveer een familierondleiding in het museum.

(Terug) naar school met de Stella McCartney Kids Collection en Confetti Kinderboetiek

Dat ze weer bijzonder vrolijk vertrokken zijn vandaag, mijn kleine sloebers. Met gevulde rugzakjes, goeie moed en overdreven veel goesting om erin te vliegen. Heerlijk toch dat school nog super cool is op die leeftijd?

En terwijl Finn en Rowen volop genieten van al dat spelen en leren, heeft hun moeder een heel andere missie te vervullen: dé perfecte kleertjes shoppen voor al die intense schooldagen. Comfy en casual dus graag, maar liefst ook met een originele twist.
En zo kom ik ondermeer uit bij de nieuwe collectie van Stella McCartney Kids. Want die spreekt met sterren, streepjes, circusdieren, grappige patches en kleurrijke knitwear énorm tot de verbeelding.

Ik haalde deze fijne sweaters van haar trouwens bij Confetti Kinderboetiek in Schilde. Eén van de weinige niet-online winkels die ik nog trouw bezoek.

Finn en Rowen Confetti - 5Finn en Rowen Confetti - 9Finn en Rowen Confetti - 8

 

Ook het nieuwe en very spacy label Kosmoskids is fan van Stella. Wat dacht je van deze leuke stylings? (Kosmoskids is vanaf vandaag verkrijgbaar bij Minimonsters!)

red star - 1red star - 2

Zelf eens checken welke prachtige spullen Karen in de rekken heeft hangen en liggen? Van 6 tot en met 11 september is het modeweek in Schilde. En op zondag 11 september is de winkel open van 14 tot 18u. 


Of misschien is dit fijne lifestyle event wel hét perfecte moment om eens te passeren?

red star - 3

Hip (terug) naar school, met dank aan Kids with Flair.

1 september. Veraf en toch ook alweer geweldig dichtbij. En hoewel de zomervakantie voor mijn part nog ééuwen mag duren, denk ik stiekem toch al een beetje aan wat erna komt. Want de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar 2016- 2017 wordt een hele bijzondere voor ons gezinnetje. Grote Finn begint aan de laatste kleuterklas en kleine Rowen gaat het instapklasje onveilig maken. Twee kinderen op school. Mijn beide hartendiefjes met hun rugzakje de speelplaats op. Ik vind dat toch wel een major mijlpaal in mijn mama-bestaan. Baby- en peutermoeder af. Voorlopig. Of voor altijd. Echt, ik krijg er nu al een krop van in de keel.

Soit, ik ben dus al begonnen met de voorbereiding van de eerste schooldag. Over de juiste kleertjes moet ik nog eens nadenken, maar de essentie ligt hier al netjes klaar: rugzakjes, brooddozen én drinkflessen. Aan hun accessoires zal het dus zeker niet liggen.

kids - 4 kids - 6 kids - 15 kids - 18

Ik shopte alles bij Kids With Flair. Al langer één van mijn favoriete webshops. Hun ‘Back to School’-assortiment is ridicuul groot. Boektentassen en rugzakken voor peuters, kleuters en kinderen tot 12 jaar. Een ruime keuze aan drinkflessen, brooddozen en snackdozen. Maar ook pennenzakken, kaften en zwemzakjes.

En als je bestelt voor 18u, heb je alles morgen al in huis. 

kids - 14 kids - 11kids - 1
(De zwembroekjes zijn van Mini Rodini en komen van bij Confetti Kinderboetiek!)

De fases van Finn.

Misschien kraai ik nét iets te vroeg victorie, maar kom, als je zijn mindere periodes belicht, moet je ook plaats durven maken voor de mooie momenten. Ik heb het dan over het parcours van mijn oudste zoon Finn. Want die is de laatste weken ongelooflijk veranderd. Alweer. En deze keer nog eens in zeer positieve zin. Halleluja!

Niet dat het een braaf dutske geworden is, dat nu ook weer niet. Finn blijft een fel jongetje dat zeer goed weet wat hij wil en nog beter wat hij niet ziet zitten. En van een motje hier en een pitske daar is hij ook nog altijd niet vies. Maar dat hoeft niet (meer) zo erg te zijn. Op voorwaarde dat zijn zachtere kant vaak genoeg de bovenhand haalt én hij zijn grenzen goed genoeg blijft aanvoelen. Aan mij/ons om die duidelijk te blijven aflijnen.

Wat er dan wel gewijzigd is? Wel, het duivelse grijnsje van weleer is verdwenen. Hij luistert beter, is liever, aanhankelijker, extraverter én meer geïnteresseerd. Hij staat open voor de wereld en wil bijleren. Dat is heerlijk om zien. En maakt het (samen)leven een stuk aangenamer. Ook in de klas is er verandering merkbaar. Alleen van puzzelen wil hij nog steeds niet weten. Laat de anderen maar rustig 100 stukjes leggen, Finn is perfect tevreden met een stuk of 10. Want dan is het ook niet zo belangrijk of je al dan niet met de randjes begint.

Ach, hij zal het uiteindelijk ook wel doen. Gewoon wat later dan zijn leeftijdsgenootjes. Als hij er écht zin in heeft. Daarvoor iets proberen te forceren, is vergeefse moeite. Zo consequent is en blijft hij wel.

En ik heb mij daar bij neergelegd. Serieus deze keer. Want een moeder die oprecht rust gevonden heeft omdat ze haar kind neemt zoals het is, geeft die boodschap onbewust door aan dat kind in kwestie. Daar ben ik redelijk van overtuigd. Hij voelt nu dat ik denk: “Lieve Finn, ontdek je talenten en verken je emoties maar rustig, op je eigen tempo. Dat is een even goed tempo als alle andere tempo’s. Uiteindelijk komt het allemaal goed, want je bent best een geweldig kind.”

Dat en de tijd die simpelweg zijn werk heeft gedaan. Het kind is een paar weken ouder én dus wijzer. (Bij)leren gaat snel als je jong bent.

Krapulekesdag.

Weet je nog dat ik vorige week vaag iets zei over een gênante post die er zat aan te komen? Well, here it is. Niet omdat ik het verhaal zo graag kwijt wil, wel omdat het herkenbaar is. Denk ik. Hoop ik. Heel hard.

Over Oostende en haar hotspots, nog steeds geen kwaad woord. De koningen der badsteden heerst weer zoals voorheen. Maar het gedrag van mijn kinderen op haar grondgebied leent zich iets mindere tot lovende bewoordingen.

Vooral op zondag is er iets geknakt. Toen we in dat prachtige oude postgebouw hadden moeten genieten van een lekkere lunch. Maar Finn in plaats daarvan zijn duivels ontbond. Keer op keer liep hij weg van tafel en riep vervolgens met een evil lachje rond de mond: “Pak me dan, als je kan!” 
Rowen volgde in zijn kielzog. Niet helemaal wetende wat precies de bedoeling was, maar genietend van de ophef en de spanning. Overal kropen ze op en onder, die twee van mij. Terwijl ze een ridicule hoeveelheid decibels produceerden. De oudste zeer goed beseffende wat ie deed, de jongste als onwetende, maar enthousiaste medeplichtige.

Mijn moeder en ik verloren meteen alle eetlust en snelden om beurten achter die kleine nozems aan. De eerste keer nog redelijk lachend, de twaalfde keer geïrriteerd en vooral enorm gegeneerd. Boos ook. Bijna agressief zelfs. Ik schrok echt van mezelf. Toen ik Finn na zevendertig pogingen, toch weer even (nogal hardhandig) in zijn stoel gepropt kreeg, heb ik ‘m zelfs letterlijk klootzakske genoemd, recht in zijn mooie gezichtje. En heel even wilde ik die kleine fucker zelfs bewust pijn doen. In de hoop dat een stevige saflet hem wel tot rede zou kunnen brengen. Ijdele hoop natuurlijk, want agressie lokt agressie uit. Maar ik kon het niet helpen. Ik voelde zoveel onmacht, zoveel wanhoop. En schuld ook, om wat ik dacht en (bijna) deed. 

Wat een zielige, incapabele moeder was ik? Geterroriseerd door een twee- en een vierjarige? “Erika kan het ni aan, Erika kan het ni aan, Erika kan het ni aan…” Zo klonk het ongeveer in mijn hoofd. Nee, echt geen enkele aanpak had effect. Die kinderen lachten me vierkant uit in mijn gezicht. Dreigen met een straf? Hielp niet. Een beloning in het vooruitzicht stellen? Geen reactie. Negeren? Niet effectief en eigenlijk onmogelijk daar in het openbaar. Het werd alleen maar erger. Ze lieten ons keer op keer lopen, hun borden bleven onaangeroerd en op het einde van de rit zaten ze zelfs koeken te verkruimelen op de grond. Kwestie van er nóg een schepje bovenop te doen.

Alle tafels in het eetcafé waren bezet, en aan heel wat tafels zaten gezinnen met kinderen. Brave kinderen. Kinderen die luisterden, netjes bleven zitten en flink hun bord leeg aten. Dat bestaat dus ook. Ik voelde de blikken van hun ouders priemen. Normaal gezien laat ik me daar allerminst door van de wijs brengen, maar nu begreep ik hen. Ik zou ook (blijven) kijken en me vragen stellen. Zijn die kinderen wel opgevoed? Zo’n gedrag kan toch niet in een restaurant? Eén vrouw kwam zelfs hoogstpersoonlijk naar onze tafel om tegen Finn een verhaal over Sinterklaas en het grote boek waarin hij alles noteert af te steken. Ik moest me inhouden om niet onbeleefd te reageren. Waar bemoeide ze zich in godsnaam mee? Maar het bewees eigenlijk alleen maar dat het onmogelijk was om het niet op te merken. Het circus dat mijn jongens daar op poten hadden gezet.

Rowen valt trouwens niet helemaal vrij te spreken. Die koddigaard heeft evenzeer de vlegel uitgehangen. Al was hij zeker niet de aanstoker. Dat was Finn. Die genoot iets te hard van zijn macht. En Rowen gaat altijd mee in de vibe van zijn grote broer. Ook als het een (hele) slechte is.

Enfin, dit drama kwam natuurlijk niet uit het niets. Anders zou ik niet zo door het lint gegaan zijn. Mijn zelfbeheersing is normaliter redelijk goed in orde.
Er gingen al behoorlijk moeilijke dagen of zelfs weken en te korte nachten aan het hierboven beschreven schouwspel vooraf. Inclusief boertig tegenspreken, het vierkant negeren van ouderlijk gezag, hondsbrutaal zijn, tuffen, stampen, slaan, roepen en tieren. Prachtig palmares ja. En dan heb ik het nog niet over dit soort sympathieke tussenkomsten:

“Mamaaaa, ik ga Rowen wakker maken! Na na ne na na… ” “Nee Finn, dat ga je niet doen!” “Oh jawel!” En bam, daar gaat ie broers kamer binnen. Broer wakker uiteraard.

“Rowen! Omi rijdt met de buggy!” Omdat hij zeer goed weet dat zijn broer altijd protesteert als er iemand anders dan ik met de buggy rijdt. Maar Rowen was zich van geen kwaad bewust die keer. Tenminste tot Finn hem op de hoogte bracht.

Ja, dit is officieel zijn moeilijkste fase ooit. En we zijn nochtans al door behoorlijk moeilijke fases gegaan. Maar dat de mottigheid het nu vaker haalt dan de liefde is echt wel nieuw. Mijn moeder en ik hebben een paar dagen nodig gehad om te bekomen. En te beseffen dat ons Oostends verdriet geen slechte droom was. Wel pure realiteit. Helaas.

Sinds het zwarte weekend aan zee houden we Finn alleszins nóg korter dan voorheen. Dat helpt. Af en toe. Het gaat echt op en af. Soms is hij boos om het minste. Soms wendt hij zijn blik af om een preek te vermijden of contact zelfs gewoon onmogelijk te maken. Soms negeert hij de mensen die hem het liefste zien volledig. En toch is het ook een vrolijk en sociaal kind. Dat vrienden heeft en zicht te pletter amuseert op school. En zijn mama eigenlijk niet kan missen.
En ik hém niet. Eén dag is al lastig.

Mijn Finneman is een uitdaging. Maar ik ben geen opgever. En alles gaat voorbij. Ook deze fase. Ja toch ja toch ja toch????

Ik ben vier en ik vind het niet altijd leuk hier.

Altijd ontevreden en nooit content.
Ziedaar de gemoedstoestand van mijn oudste dezer dagen.

Allesbehalve aangenaam gezelschap dus. Vermoeiend ook. En weinig bevorderlijk voor de sfeer in huis. Of daarbuiten. (Al gaat het op school en op een ander nét iets beter.)

Continu zeuren, zagen, zeuren, zagen en nog eens, jawel, zeuren en zagen.

Wat we ook doen of zeggen, wat hij ook mag doen of zeggen, het volstaat niet. Of het is fout. En dan wordt hij nog net iets bozer of kribbiger dan hij al was.

Zijn willetje moet hier en nu wet worden. En anders zet hij zijn wensen en verlangens moeiteloos op repeat.

“Ik wil nu tv/Ipad/computer kijken”. x 100
“Ik wil nu naar beneden gaan. Als ik ja zeg, moet jij opstaan”. x 100

(“Zet die ploat af!” denk ik dan weer.)

Een deal maken, lukt niet. Negeren helpt niet.

Onbegrepen, niet ondergewaardeerd hoop ik. Complimenten en appreciatie waar nodig en zelfs meer. Maar dat hij er mooi uitziet of goed getekend heeft, wil hij zelfs niet horen.

Geef je hem appelsiensap, wil hij liever appelsap.
Mag ie op uitstap naar Plopsa, is hij ontgoocheld dat we niet naar de Efteling rijden.
Stel je kousen met Darth Vader op voor, moet hij de Storm Trooper versie hebben.

Enzoverder, enzovoort.

Het glas is altijd halfleeg. Zijn glas is altijd halfleeg.

Issues, problemen en besognes. De hele dag door. Niks vanzelfsprekend. Niks onbezonnen.

Weinig genot. En ongegeneerd kinderplezier.

Een getroebleerd zieltje. Nu al.

Het contrast met zijn broer kan niet groter zijn. Dat kind huppelt door de dag. Met een lach. En meer positivisme dan de laatste zeven Dalai Lama’s samen.

Zou het een fase zijn? Aub? Of zal hij altijd een beetje worstelen met het leven?

Ik hou mijn (moeder)hart vast.

Op reis met kinderen: Westkaap, Zuid-Afrika. Part II.

Deel 1 van mijn reisverslag was all about de praktische kant van de zaak. Hoe de kinderen dit tripje en de lange vluchten verteerd hebben. En over Capetown en omgeving natuurlijk.

In dit tweede deel laat ik je al een stukje van de winelands zien en neem ik je mee op (een soort van) safari.

Daarvoor hadden we onze uitvalsbasis verlegd naar Paarl. Niet het mooiste stadje in de wijnstreek, dat is zonder twijfel Franschhoek, maar wel de plek waar we voor 3 nachten een supercoole villa konden huren in een poepsjieke estate. Een dorp op zich. Alles spikker dan span ook, een leger tuinmannen en nanny’s ter uwer beschikking én slagbomen aan de inkom. Zonder de juiste vingerafdruk kom je er niet in. Toch is het verre van een vakantieresort, de meeste mensen wonen hier permanent. Bij deze dus nog eens bijzonder veel dank aan de lieve Belgen ter plaatse, die ervoor gezorgd hebben dat we toch even mochten proeven van het bijzondere leven in Val de Vie Estate. Het was er ook echt thuiskomen. Veel plaats, geen pottenkijkers en een leuk zwembadje in de tuin.

Franschhoek
Een touchke Frankrijk in Zuid-Afrika. Super idyllisch gelegen, flaneren verplicht en op zowat elke straathoek een sterrenrestaurant. Maar daar ga je met kleine wildebrassen natuurlijk niet echt relaxed naartoe. Dus dronken we koffie bij BICCCS, kochten souvenirs op het zaterdagse marktje (naast een speeltuin!) en genoten van een mini-carnavalsparade.

zafrika - 48zafrika - 50 zafrika - 51 zafrika - 35 zafrika - 34

Val de Vie Estate

zafrika - 45zafrika - 42zafrika - 72zafrika - 73zafrika - 75

Aquila Private Game Reserve- Touwsrivier

De beste optie als je niet in het Krügerpark geraakt (want dat ligt toch op een dikke 1000 km van Kaapstad) of als je bengels te jong zijn voor de real thing. In de meeste wildparken is de minimumleeftijd voor een game drive 6 jaar, in Aquila mogen zelfs baby’s mee op de truck. De wildheid van het gegeven is er dan ook beperkt. Je moet zo’n private game reserve eerder bekijken als een (hele) grote (en dure) zoo. De gidsen weten perfect hoeveel dieren ze van elke soort in huis hebben en ook ongeveer waar ze altijd staan, liggen of hangen. Maar voor kinderen maakt dat geen f*ck uit natuurlijk. Integendeel. Ze zien snel en van belachelijk dichtbij wat ze willen zien. Geen tijd dus om verveeld te geraken en te beginnen zeuren. Bij een echte safari kan dat wel even anders zijn. Finn was het meest onder de indruk van de leeuwen en Rowen ging uiteraard in extase bij een kudde zebra’s. Gerd en ik genoten dan weer vooral van het plezier dat de kinderen beleefden. (Wij hebben zelf de meest magische safari-herinneringen aan Namibië en Tanzania.)

zafrika - 37 zafrika - 36 zafrika - 55zafrika - 56 zafrika - 60 zafrika - 62zafrika - 64zafrika - 66zafrika - 68zafrika - 69 zafrika - 71 zafrika - 70

Kom zeker nog ‘ns terug piepen voor deel 3, later deze week!

Erika experimenteert: de Oral B elektrische tandenborstel voor kinderen.

Het tanden poetsen op zich, is hier nooit echt een probleem geweest. Maar mijn jongens ook lang genoeg laten poetsen, blijft wel een dagelijkse strijd. Meestal eten ze de tandpasta op, zuigen ze nog gauw wat water binnen en hup, gedaan. 2 seconden dus in plaats van de aanbevolen 2 minuten.

Daarom was ik zeer benieuwd naar de impact van het nieuwe pakketje van Oral B: een elektrische tandenborstel+ de Disney Magic Timer App. Zouden de Avengers en andere animatiehelden ervoor kunnen zorgen dat mijn jongens beter en langer poetsen?

Amai nog ni! Het effect was en is nog elke keer enorm. Check het filmpje via mijn FB-pagina of IG-feed!

Elektrisch poetsen, vinden ze sowieso al honderd keer leuker dan old school schrobben. En Cars-tandpasta en een Avengers-beker om te spoelen zijn bijzonder geapprecieerde extra’s. Voeg daar nog de Disney Magic Timer App aan toe en tanden poetsen wordt plots een moment om naar uit te kijken. Al moeten mijn jongens wel nog leren dat het niet helpt om dan ook over het gsm-scherm te wrijven. Bedoeling van de app is dat tijdens de 2 minuten poetstijd je favoriete Disney-figuur tevoorschijn komt. Dat hoef je niks voor te doen, het is simpelweg de beloning voor wie lang genoeg blijft poetsen.

oralb - 1

De Oral-B Stages Power is verkrijgbaar in een jongensversie: Avengers, en in een meisjesmodel: Frozen.

Prijs elektrische tandenborstel: € 35,50.
Prijs voor 4 borstelkoppen: € 12,99.

De Disney Magic Timer App is gratis beschikbaar voor iOS en Android en kan alleen gebruikt worden in combinatie met de Oral-B Stages Power elektrische tandenborstel.

Mijn 10 geboden van het moederschap.

bantry - 1

1. Perfectie is een illusie.

Ik heb door de komst van mijn jongens niet alleen de regie over mijn eigen leven moeten opgeven, ik ben ook moeten afstappen van mijn overdreven perfectionisme. Het is er nog wel, maar ik heb het weten om te vormen tot parttime-perfectionisme. Dat is een variant waar stukken beter mee te leven valt. Die andere moeders doen toch ook maar wat? Aanmodderen in de eerste plaats en het hoofd boven water proberen te houden.

Nee, op een ander is het niet per se beter. Ook al willen sommige Facebook- en Instagrampagina’s ons dat wel doen geloven. Soms laat ik de boel dus gewoon even de boel en stel dan vast dat er helemaal… niks gebeurt. Of ik hanteer het principe: ‘Gewoon goed is ook al goed’. Omdat ik toch de enige ben die het verschil met ‘perfect’ zou opmerken. Dat is een techniek die ik stiekem heb afgekeken van mijn lief, een absolute meester terzake. Niemand heeft ooit de opmerking gemaakt dat zijn goed nét niet goed genoeg was. Niet perfect goed is namelijk ook al héél goed. En ik probeer bovendien niet langer élke strijd te winnen. I choose my battles. Mijn kinderen mogen af en toe gerust zegevieren.

 2. Moeders zijn boeiende vrouwen.

Nee, ik ben niet altijd happy. Soms ben ik moe of geprikkeld. Soms maak ik de foute keuzes of zeg ik de verkeerde dingen. Soms weet ik het ook alle- maal niet en probeer ik gewoon te redden wat er te redden valt. Maar dan nog heeft het moederschap mij al meer opgeleverd dan ik ooit had durven te dromen. Ik durf zelfs te stellen dat ik tegenwoordig een veel leukere, slimmere en zelfs interessantere vrouw ben dan voor ik mama werd. Ook al maak ik minder reizen, lees ik minder boeken en lijdt mijn hersenactiviteit vrijwel continu onder een gebrek aan slaap. Dat komt ‒ heel simpel ‒ doordat mijn gevoels- wereld de laatste jaren zo veel rijker is geworden. Kinderen maken immers emoties in je los waarvan je het bestaan misschien wel kon vermoeden, maar waarvan de intensiteit je alsnog van je sokken blaast

3. Mijn kind, schoon kind.

Ik heb twee zonen en uiteraard zijn ze allebei belachelijk prachtig. De oudste is eigenzinnig en zo nu en dan behoorlijk contrair. Maar bij zijn grote mond hoort ook een bijzonder klein hartje. De jongste zou ondanks zijn luidruchtigheid en leeuwengegrom wel eens té lief kunnen worden voor deze planeet. Als hij lacht, word ik overvallen door het puurste geluk. En als ik mijn twee koters vanop een afstand gadesla terwijl ze samen spelen, durf ik van contentement al eens een traantje wegpinken.

4. Het zit ‘m in de kleine dingen.

Er is niks mooiers dan de wereld (her)ontdekken door de ogen van een kind. Jouw kind. Je ziet nieuwe dingen, andere dingen. Kleine dingen worden plots heel groot. Banaliteiten veranderen in verrassende ontdekkingen die de schoonheid van het leven en deze wereld benadrukken. Een esthetiek die zich dus niet per se uit in weidse zichten, tropische stranden of hete mannenlijven. Wel in bescheiden geneugten als de lach van mijn kleine snoodaards, een met liefde bereide maaltijd of een wandeling door het bos.

5. Leer van de vaders.

Is de fruitpap gemaakt? Staat de boekentas (gevuld) klaar? Zijn de juiste kleertjes gekozen? Is de opvang voor morgen geregeld? Ik heb con-stant de planning van 4 gezinsleden in mijn hoofd, mijn lief alleen de zijne. Als oma en opa komen babysitten wil ik het hen zo ridicuul gemakkelijk maken dat ik er beter de hele avond naast zou blijven zitten. Waardoor ik standaard te laat vertrek naar mijn afspraak. Terwijl de man als ie weg moet en weet dat er iemand overneemt, de boel met het grootste gemak de boel kan laten. Zijn verantwoordelijkheid stopt als hij de deur achter zich dicht trekt en herbegint als hij thuiskomt. Die van mij heeft helaas geen uitknop.

6. Er is geen definitie van goed moederschap.

Als je kind thuis geboren wordt, ben je een hippie. Als je baart in een ziekenhuis, doe je iets tegennatuurlijks. Hebben je kinderen veel speelgoed, dan zal je wel iets moeten compenseren. Maar heb je onvoldoende materiaal in huis, dan leren ze te weinig vaardigheden. Thuisblijfmama’s zijn lui, werkende mama’s zijn gevoelloos. Je kind te lang laten wenen is slecht voor zijn of haar brein, maar door het altijd vast te houden, kweek je een ongezonde band. Borstvoeding in het openbaar wordt moeilijk aanvaard, maar o wee als je flessenvoeding aan je baby geeft. Vroeger moest een baby op de buik slapen, nu lijk je wel gek als je je kind niet op zijn of haar rug legt. Om maar te zeggen: het debat over (goed) moederschap is eindeloos.

7. Wees lief voor mede-moeders.

Je voelt dat moeders naar elkaar kijken. Soms uit sympathie, soms om oprecht van elkaar te leren. Maar heel vaak ook met competitie in het achterhoofd. Mijn kind kan al stappen en dat van haar nog niet. Of haar zoon komt nog niet verder dan het brabbelen van een paar woordjes en de mijne spreekt al in deftige zinnen. Zij heeft haar kind precies niet onder controle, maar het mijne luistert wel. Op dit moment toch toevallig.

Vooraf had ik nochtans het idyllische beeld van een soort sisterhood of motherhood. Allemaal vrouwen die elkaar zonder woorden begrepen en steun of troost boden aan hen die iets te overweldigd waren door de gang van zaken in het nieuwe clubje. Mooi niet dus. Of toch niet altijd. Vrouwen kunnen verdomd venijnig zijn. Elkaar de loef afsteken of subtiele prikjes onder water uitdelen, horen zelfs in moederland tot de gangbare praktijken. Zeker in deze social media-tijden.

8. Huilen is verplicht. En slapen is het nieuwe vrijen.

Hoe gelukkig je ook bent met dat verse wezentje, niemand kan je behoeden voor de momenten waarop het allemaal wat minder gesmeerd verloopt. Elke (jonge) mama heeft slechte dagen. Sommigen hebben zelfs slechte maanden en een paar uitzonderingen hebben een slecht jaar. Maar niet iedere moeder durft ervoor uit te komen. Uit vrees waarschijnlijk dat ze als ‘zwak’ bestempeld zal worden. Noch- tans doet erover praten al wonderen. Herkenbare verhalen zijn gewel- dige oppeppers. Weten dat je niet alleen bent, een perfect medicijn. En gewoon eens goed bleiten was en is bij mij ook steevast succesvol. Even alle spanning en emotie eruit, even vooral niet sterk zijn. En daarna slapen. Lang en veel slapen. If possible.

Als kinderloze vrouw sta je vaak niet stil bij het belang én genot van voldoende slaap. Maar zodra je baby’s hebt, wordt slapen het nieuwe seksen. Believe me. Leven met slaaptekort maakt dat leven immers een stuk lastiger. Gaande van ‘een beetje vervelend’ tot ‘ik-zit-op-het- randje-van-een-depressie’. Het is waarschijnlijk ook de allergrootste aanpassing voor een verse ouder. Minder slapen en ook minder goed slapen. Lees: in stukken en brokken. Immer waakzaam, altijd klaar om recht te veren. Met een soort chronische vermoeidheid tot gevolg.

9. Moederschap is de perfecte contradictie.

Minder tijd dus voor werk, me– en we-time en uiteraard meer drukte en lawaai. En toch hebben mijn kinderen gek genoeg voor meer rust in mijn hoofd gezorgd. Juist omdat ik zo goed besef dat mijn tijd en mogelijkheden dezer dagen beperkt zijn, wil ik minder. Moet ik ook minder van mezelf. En dat is een zalig gevoel voor een perfectioniste die tot voor kort vond dat ze elke minuut van de dag zinvol en pro- ductief moest invullen.

10. Er is geen handleiding.

Elk kind, elke mama en elke context is anders. Er zijn dus geen regels, laat staan handige trucs, die overal en altijd gelden. Jammer, want ik vind opvoeden razend moeilijk. Voeden, verschonen en troosten zijn peanuts in vergelijking met alles wat daarna komt. Ik heb nooit een strenge mama willen zijn, eentje die verbiedt om te verbieden, maar ik merk dat ik mijn jongens op deze leeftijd toch ‘kort’ moet houden. Ze hebben grenzen nodig. Een duidelijk kader waarbinnen ze kunnen experimenteren. En hoewel ik een positieve benadering altijd vooropstel, moet ik toegeven dat- naast negeren en belonen- een straf bij momenten ook behoorlijk efficient kan zijn. Een paar minuutjes in de hoek never killed nobody, right?

Deze column verscheen eerder in het nieuwe én superfijne on- en offline magazine Zappy Ouders.

Meer lezen over moederen met een knipoog en een korrel zout? Check mijn boek!