Fun met Finn én Rowen. De eerste!

Ik heb er twee nu die praten. Serieus praten I mean. En dan vergeet ik eigenlijk nog veel te vaak om al die gekkigheden en absurde conversaties neer te schrijven. Een bloemlezing uit wat ik wél onthouden heb:

FINN:

“Omi, jij hebt dikke ballen!” Hij bedoelt billen. (En for the record: hij heeft ongelijk.)

“Ik weet nog niet wie de enge juf is.” Hij bedoelt: wie de strenge juf is.

“Als ik win dan heb ik gewonnen.” Duidelijk, toch?

“Als ik 10j ben, moet ik dan nog bolletjes? Want dan luister ik al.” Aha, tot dan blijven we bewust niet luisteren dus en hebben we dat beloningssysteem nog nodig?

“Mijn juf heeft ook een huis!” Gelukkig seg.

“Als wij gestorven zijn dan worden wij skiletten en dan kan iedereen ons zien.” Zoals de dino’s hé.

ROWEN:

“Picke-nicke, dat is gewoon boterhammen eten.” Nee, niet onder de indruk van deze klas-activiteit.

“Weet ik niet. Weet JIJ dat?” Zo jong en al altijd de bal terugkaatsen.

“Wij zijn met de juf naar de Colraat geweest.” (Hij bedoelt de Colruyt.)

“Mama, als je honger hebt dan moet je eten en als je dorst hebt dan moet je drinken. Ja hé? Ja hé mama?” Ik weet al helemaal hoe de wereld in mekaar zet, maar je moet toch even bevestigen moeder. Zoiets.

En tot slot nog een mooi bericht vanop het toilet: “Mama, ik heb een lange worst gedaan!” Knap hoor jongen.

 

Meer (vuile) praat van de oudste? Hier onder andere.

Pret met Rowen, part I.

Na maar liefst 11 lijstjes Fun met Finn is het hoog tijd voor een allereerste Pret met Rowen. Klinkt iets minder allitererend, I know, maar de inspiratie wil even niet mee. En de inhoud is belangrijker dan de titel, toch?

Gek eigenlijk dat het zo lang geduurd heeft voor onze jongste een eigen rubriek te pakken heeft. Z’n mondje staat niet bepaald stil. Hij is veel sneller beginnen praten dan zijn broer en doet het bovendien liever, spontaner én beter. Het kind heeft op drie jaar écht al een behoorlijk uitgebreide woordenschat. Al vergelijk ik zijn repertoire vooral met dat van Finn natuurlijk, en die is toch altijd meer een man van daden dan van woorden geweest.

Anyway, het is een feest om Rowen bezig te horen. Voor alles heeft en geeft ie een uitleg. En soms blijft hij- alsof hij de aandacht nog harder naar zich toe wil zuigen- even licht stotterend hangen: “Ma, ma, ma, ma… .” Om dan vervolgens zijn visie, bemerking of oplossing uit de doeken te doen. De werkwoorden minder goed vervoegd dan een tijdje terug weliswaar. Maar bon, dat schijnt een normale fase te zijn.

Wij horen ‘m, tussen al die gekkig- en slimmigheden die vaak zo goed geformuleerd zijn dat de mop er (te) snel af is, heel graag deze oneliners geven:

“Ik ga da meer ni doen.” Dat hij het dus niet meer gaat doen. Ja schattig is ie genoeg, hoor. Braaf iets minder. Maar zo komt hij er toch altijd een beetje mee weg.

“Niks! Nihiks!” Nog voor we onraad ruiken, verklapt onze kleinste jongen zichzelf. Heerlijk.

“Wawel!” Als in ‘wél waar’.

“Papot!” Stuk dus.

“Zo is dat niet mama!” Hij weet het altijd beter dan zijn moeder uiteraard.

Fun met Finn, part XI.

Mijn liefste Finnemansje, wat word je groot en slim. En wat begin je moeilijke vragen te stellen…

  • “Mama, haal je baby’s bij de dokter?”
  • “Zat ik ook al in jouw buik toen jij in omi haar buik zat?”
  • “Als wij nog een baby krijgen en die weent, dan mag ik die aan jou geven hé?” (Puur hypothetisch, voor alle duidelijkheid!)
  • Reuzen bestaan niet, maar boeven wel hé? En zombies ook hé?”
  • “Gebruik je oren Finneman!” “Ik wil geen oren hebben mama!”

Meer leuke uitspraken van mijn oudste kleuter lezen? Hier ondermeer!

Fun met Finn. Zijn leukste uitspraken, part IX.

Er was een tijd dat hij amper sprak en een- voor zijn leeftijd- eerder beperkte woordenschat had. Maar ondertussen heeft ie zijn vriendjes serieus bijgebeend. De mond van de 5-jarige Finneman staat nog zelden stil. En ik verbaas me elke dag weer over de hoeveelheid woorden die hij kent en de zinnen die hij al kan maken. Maar ik word minstens even gelukkig van zijn taalfoutjes en heerlijke hersenkronkels.

  • “Mama, ik kan niet meer werken zo, ik kan geen zand oppakken. Ik heb een nieuwe kraan nodig!” Nice try baby! Werken klinkt een stuk hoogdringender dan spelen.
  • “Als ik 10 jaar ben, dan krijg ik heel veel cadeautjes en dan ben ik zo groot als papa. En als ik 18 jaar ben, dan mag ik werken. En gevaarlijke dingen doen zoals papa.” Ja, die 5e verjaardag was tof, maar in zijn hoofd zit hij toch al een paar jaar verder.
  • Het woord washandje heeft hij nog nooit als dusdanig gezegd gekregen. Gelukkig weten we wat hij écht bedoelt als hij het heeft over een “handwasje” of een “wasmandje”.
  • Saar, sool, soonheid, … De sch blijft voorlopig een moeilijke  klank. De boot van Piet Pieraat heet hier trouwens de “sippe sippe suit” in plaats van de Scheve Schuit.
  • En ook de voltooid deelwoorden staan nog niet helemaal op punt. “Mama als ik goed geslaapt heb, dan mag ik…”
  • “Als ik dat niet mag, dan ga ik heel hard blijven wenen.” Oh god, hij kent de truken van de foor zo verdomd goed.
  • En ook zijn broer jaloers maken, is een specialiteit: “Ik mag mee met mama, en jij moet naar bobonne.” “Ik heb een chocomelkje en jij niet.”
  • Bij het binnenrijden van Gent: “Oh mama, dat is hier mooi.” En een beetje later: “Gaan wij ons witte huisje naar hier laten komen?” Straf toch voor een Antwerpenaartje 😉
  • Finn komt terug van zijn eerst dag hockey-kamp. Ik vraag hem hoe het geweest is. Waarop hij antwoordt: “Heel goed. Ik heb super goed getennist mama!”

Meer fun met Finn? Begin hier.

Fun met Finn: zijn leukste uitspraken, part VIII.

Mijn eigen ouders deden dat vroeger ook, gekke uitspraken opschrijven van mij en Heidi. En om sommige gekkigheden moeten we al die jaren later nog altijd keihard lachen. (Mama, hebben de Bobbejaners ook een nummerplaat?) Ik ga er dus vanuit dat mijn meneertje het ook niet erg vindt dat ik zijn mooiste woorden bewaar voor de eeuwigheid.

  • Tegen één van zijn beste kameraadjes: “Jules, kijk eens naar mijn bloot… ruik eens aan mijn bloot!” We zullen maar denken dat het kind gewoon heel blij is met zijn lichaam.
  • Ik: “Finn waar blijft die kaka toch allemaal vandaan komen?” “Uit mijn poep, mama!”
  • “Ik wil op de maan staan!” Euh… dat gaan we niet meteen kunnen regelen.
  • “Als ik ja zeg dan wol ik opstaan… als ik ja zeg dan wol ik naar beneden gaan… als ik ja zeg… “ Ja hoor, still trying to control the (his) universe.
  • “Mag ik in de cwoissant (het restaurant dus) op mijn Ipad?”
  • “Eerst met het wasmandje mijn mond afvegen!” (washandje dus).
  • Ik: ” En wat hebben jullie nog gedaan vandaag?” “Mama stop nu! Niet meer praten!” (Het aantal vragen dat ik na een schooldag mag stellen, is beperkt.)
  • Als hij de spiegelkasten in de badkamer naar elkaar richt en zichzelf in veelvoud ziet…: “Mama! Zóveel Finnekes!” 
  • “Ik was in mijn neus hatsjoe aan het doen!” (Dat hij moest niezen dus.)
  • Ik: “Waarom heb je je kiwi niet opgegeten, Finn?” “Omdat ik dat vergeten ben.”
  • Ik opnieuw: “En waarom heb je je boterhammen niet opgegeten?” “Omdat ik stout ben geweest en als ik stout ben geweest dan mag ik mijn boterhammen niet meer opeten van de juf”. Yeah right.
  • “Als ik op mijn Ipad zit, dan zit ik goed hoog mama.” Ultieme poging om de Ipad ook tijdens het eten in de buurt te houden.
  • Die ochtend in ons bed (waar hij eigenlijk al niet moet liggen, maar bon): “Maar mijn voet moet het koud hebben!” Ja, zullen wij wel wat liggen verkleumen omdat meneertje zijn benen boven het dekbed wil…

 

Meer wijze woorden van F. Schelfhout? Check dit lijstje en alle voorgaande.

Fun met Finn: zijn leukste uitspraken, part VII.

finn - 1
(foto: Walrus & Vlinder)

Het heeft lang geduurd voor hij ook maar iets zei, mijn oudste snotter. En nog langer voor hij spontaan begon te vertellen. Maar dedju, straks gaan we nog moeten vragen of hij aub eens “2 minuutjes” wil zwijgen.

“Mamaaa, kijk hé! Kijk hé mama! Mamaaaa kijk hé…” X 200. Een keer of 20 per dag. Telkens hij één of ander onwaarschijnlijk talent demonstreert. Een professionele sliding, een virtuoze pirouette of een prachtig ‘tufje’ op de grond.

Mama op zaterdagochtend: “Seg Finn, vandaag is het wee…(vul aan)?” Finn: Wee-dag! Helaas, het juiste antwoord was weekend.

“Joepie! Ik ben begonnen!” Als hij een spelletje wint of een doelpunt scoort.

“Mamaaaa, jij mag niet meezingen. Nu moet ik helemaal opnieuw beginnen! Stoute mama.” Meezingen met zijn favoriete nummers is nog altijd ten strengste verboden.

Finn is tegenwoordig verslingerd aan Kindersurprise eitjes. En hij gebruikt zijn broer als extra aankoopsargument: “Dit is er eentje voor mij en dat is er eentje voor mijn broer.” Maar hij eet ze wel allemaal zelf op natuurlijk.

Als het geen chocolade betreft, is hij echter nogal snel afgeleid tijdens zijn maaltijden. Elk excuus is goed om niet meteen verder te eten. “Ja, mama, maar ik ga eerst nog mijn piemel naar mijn knie doen.” Huh??

Rowen kwam onlangs met een wondje in zijn nek thuis van de crèche. Finn had het meteen opgemerkt en reageerde zoals een stoere, grote broer dat doet: “Als die jongen mijn broer nog eens pijn doet, dan kom ik helpen. Ik ben sterker dan iedereen!”

En vanochtend nog, toen hij zich niet wilde aankleden voor school, was er deze conversatie: “Jij bent mijn vriend niet!” “Maar je bent wel mijn zoon!” “Nee, ik wol jouw zoon niet zijn!” “Maar ik heb je gebaard!” “Nee, ik wol niet gebaard zijn!”

Meer zotte uitspraken van mijn 4-jarig monstertje lezen? 

Part I.
Part II.
Part III.
Part IV.
Part V.
Part VI.

Fun met Finn: zijn leukste uitspraken, part VI.

zomer2015 - 1

Ja, ik heb de voorbije weken weer serieus moeten lachen met mijn eigen kind.

 

Finn bekijkt aandachtig zijn HEMA-eetbordje. “Dit is Jip en dit is… Manneke.” (Jip en Janneke dus).

In hetzelfde genre: “Waaaaah! Ik ben de Hulp!” (De Hulk dus).

Finn wil naar de Lego-film kijken, maar mama zet hem per ongeluk op in de originele (Engelstalige) versie. “Mama! Ik wil deze niet. Ik wil dat die anders spreken!”

“Als je moet overgeven dan moet je dat doen in een emmer!” Mama: “Of in het toiletje.” “Nee mama, want dan kan je geen kaka meer doen!”

Terwijl hij naar een ‘oude’ foto van zichzelf kijkt: “Toen was Rowen nog niet aan het boren hé, mama?” (‘nog niet geboren’ wilde hij dus zeggen.)

Omi likt een restje chocoladepudding uit de pot en merkt dat Finn het gezien heeft: “Oei, ik ben betrapt!”Maar nee omi, ik heb niet op jou getrapt!”

Finn ziet na zijn eerste (JBC/Zulupapuwa-)modedéfilé Walter Van Beirendonck op de catwalk stappen en vraagt zich verontrust het volgende af: “Maar mama, papa’s hebben toch geen oorbellen?!”

Mama: “We zijn bijna aan ons schooltje!”. “Nee mama, zo mag jij dat niet zeggen. Het is (begint te zingen): we zijn er bij-na, we zijn er bij-na, maar- nog- niet- helemaal! Dat moet je zeggen. Dom mamaatje!”

Als hij naar huis wil: “Ik wil naar ons thuisje!”

Als hij ons beneden hoort praten, terwijl hij al in bed ligt. “Mama, stop daarmee! Mijn oren doen pijn!”

 

Meer fun met Finn? Hier: één, twee, drie, vier en vijf.

Fun met Finn: zijn leukste uitspraken, part V.

lo - 3

Finn zorgt er altijd voor dat hij zijn zaakjes op orde heeft voor hij even weggaat: “Mama, ik moet kaka doen. Jij moet Rowen bijhouden ondertussen. Als hij machines wil pakken, moet jij die tegenhouden. En ik ga jou roepen als ik klaar ben en dan moet jij komen. Is dat oké, mama?”

Finn heeft voor alles een uitleg: “Finn, waarom heb je zo weinig boterhammetjes gegeten op school?” “Maar mama kijk eens, ik heb wél al mijn koeken opgegeten!”

Of: “Nee, ik heb Rowen ni geslagen. Da kwam vanzelf. Van de wind.”

Finn wil zijn broer graag voor zich alleen hebben en dat maakt hij andere kindjes in de speeltuin of in de opvang ook meteen duidelijk: “Jullie mogen niet kijken naar Rowen, dat is mijn broer.”

De broederliefde is evenwel niet eindeloos: “Rowen is mijn beste vriend, maar hij mag niet mijn melkje afpakken.”

Of: “Rowen mag alleen met de ditte (deze) spelen.” Grote broer bepaalt welk speelgoed er overblijft voor kleine broer. Punt.

We blijven hier serieus hangen in de kaka-fase, maar ‘gelukkig’ is er wel een nieuwe variant opgedoken: “Stout mama’tje kaka prot.”

Finn houdt ook de stoelgang van zijn broer nauwlettend in de gaten. “Da ruikt hier een beetje. Rowen heeft kaka gedaan in zijn poep.”

Finn stelt duidelijke prioriteiten: “Nee mama, ik moet eerst nog een beetje werken. Als het werk klaar is, dan kom ik eten.” 

Als hij evenwel de controle verliest, is dit zijn standaard antwoord: “Ik vind da ni meer leuk mama. Jij mag niet naar mijn feest komen. Alleen Rowen.”

Papa, omi, opi en meter Heidi zijn trouwens ook al niet meer uitgenodigd. Ja, dat wordt een behoorlijk triestige party op 12 augustus.

Meer zotte uitspraken van Finn lees je ondermeer hier.

Fun met Finn. Zijn leukste uitspraken part III.

Processed with VSCOcam with x1 preset

Hij spreekt beter en beter die oudste van mij. En hij zegt ook alsmaar leukere dingen. Vind ik toch. Maar ik besef dat ik nogal bevooroordeeld ben. Overtroef mij dus gerust met zotte uitspraken van jouw lieveling(en). Niks (h)eerlijkers dan kindertaal.

* Ik zeg hem tijdens een gezamelijk toiletbezoek dat ik niet staand kan plassen omdat ik geen piemel heb. Hij stelt me meteen gerust: Mama, als jij groter bent, dan komt jouw piemel. Of als je sneller eet. 

* Mama, jij bent de liefste mama van MIJN wereld! Net voor het slapen gaan. Ik denk niet dat er mooiere woorden bestaan. (En ze zijn maar een klein beetje ingefluisterd.)

* Mama, jij moet goed sturen hé. Net nadat ik domweg tegen twee paaltjes gereden was. En later tegen zijn vader: Papa, jij kan wel goed sturen hé. Fijn.

* Monstertrucken in de Sportpalaaais! Een niet minder dan euforische uitroep, toen hij de affiches voor de nieuwe Monster Jam-show in het Koning Boudewijn Stadion zag hangen. Aan de uitspraak van die nieuwe locatie (hij is vorige keer samen met zijn papa gaan kijken in het Sportpaleis) wordt nog gewerkt.

* Jij hebt fout gelijk mama! Kinderlogica. Ik herinner me dat mijn zus het destijds ook zo zei.

* Wij zijn de grote jongens! Als hij lekker samenspant met papa. Tegen mij.

* Nee, dat vind ik ni mooi! Bijna altijd de eerste reactie op de kleren die ik voor hem klaargelegd heb. Heeft niks met verschil in smaak te maken, is gewoon een kwestie van ‘s ochtends zo contrair mogelijk te doen.

* Mama, wij hebben dezelfde schoenen! Hij herkent het Nike-logo.

* Finn, wil je graag chocolade- of vanille-ijs? Kaka-ijs!

* 1,… 10. Wie niet weg is, is… kaka! 

* Als Rowen groot is, kan hij ook pipi en kaka in de potje doen. En alleen lopen.

* Pipi en kaka hebben in zijn lijst van favoriete woorden die te pas en (vooral) te onpas gebruikt worden, wel het gezelschap gekregen van Ninja Turtles, Carschhh en Monstertrucks. Het meervoud van monstertruck is trouwens monstertrucken. En hij vindt Gravediggah de leukste.

* Carschhh lijkt trouwens verdacht veel op kous, kaars en kaas.

* Mama, ik ben boos. Serieuze mededeling. Full stop.

* Mama, jij mag niet naar mijn feestje komen! Als hij heel boos is.

* Mama, jij moet opstaaaaaaan! Wij moeten naar beneden gaan! Vaste weekendochtendkost. Helaas niet op een goed weekendochtenduur.

* Mama, is da fout? Als hij zelf zijn schoentjes of kousjes aandoet en twijfelt of ze wel goed zitten.

* Rowen, zeg eens… Maar zijn broer herhaalt voorlopig nog bijzonder weinig. Niks eigenlijk.

* Rowen moet daar wel mee lachen. Als hij iets doet dat wij afkeuren, maar zijn broer (zogezegd) wel apprecieert.

* Papa, jij bent de beste papa van mijn wereld van kusjes! Smelt.

* En om af te sluiten eentje waar ik toch wat ongemakkelijk van werd. Ook al zei hij het met zijn breedste smileRowen moet ziek worden en pijn hebben en dood maken en bloed! Excuse me?? Where did we go wrong?

Meer gebrabbel en gebabbel van Finneman lees je hier: Part I en Part II.

De Finn files. Inclusief zijn leukste uitspraken, part II.

Processed with VSCOcam with t2 preset

De kerstvakantie was een keerpunt. De Finn van de eerste weken van 2015 is een hele andere dan die van de laatste weken van 2014. En daar is werkelijk niemand in dit huis rouwig om. Want de oververmoeide, lastige en eindeloos zeurende kleuter van eind vorig jaar is begin dit jaar uitgegroeid tot een lief, vrolijk en behoorlijk schattig mannetje. Al moet ik meteen nuanceren. Het is hier nu ook weer niet continu van de rozengeur en de maneschijn. Zo wordt er af en toe nog duchtig geklaagd, gezaagd en zelfs geflipt als onze ideeën niet volledig overeenstemmen met de zijne. En dat is onvermijdelijk al eens het geval. Onder de zachtere façade schuilt er dus heel zeker nog een behoorlijk eigenzinnig jongetje. Eentje dat uiteindelijk wel zal doen wat je vraagt, maar dan op zijn tempo en vooral op zijn manier. Of zo moet het alleszins toch lijken. Ook als hij zich moet omkleden, blijft de kans bestaan dat de boel in no time escaleert. Het allerliefste zou mijn kind namelijk dag én nacht in zijn monster truck- trui, versleten cars-sokken en met een spuuglelijke spiderman-muts (gekregen van iemand die ze om evidente redenen zelf niet meer in huis wilde hebben) rondlopen. Maar de kleine man mag op zijn kop gaan staan, in die outfit laat ik hem onder geen beding buitenkomen. Binnen ben ik toleranter. I choose my battles.
Dat hij de voorbije weken een stuk mondiger is geworden, lijkt mij trouwens onlosmakelijk verbonden met die opmerkelijke gedragsswitch. Beter praten, betekent duidelijk ook beter én vooral redelijker communiceren. Hij begint echt mooie zinnen te bouwen. Zelfs in de verleden tijd. Hij krijgt ook een preciezer tijdsbesef en gebruikt vol trots de begrippen morgen, vandaag en gisteren. Verder heeft ie ook al een heus stopwoord: eigenlijk. En is zijn fascinatie voor kaka helaas (on)behoorlijk groot gebleven. Kaka in de grond heeft de status van klassieker verworven. Bob de Bouwer, kunnen wij het maken? Bob de Bouwer, kaka is goed! werd een nieuwe topper en ook de vondst om zijn allereerste nieuwjaarsbrief af te sluiten met Gelukkig Nieuwjaar kakaaa! beschouwt hij zelf als behoorlijk geniaal. Je zou dus denken dat meneertje ook koketteert met de real stuff, maar neen, op het toilet worden geen pottenkijkers geduld. Doetedeuristoe! Gadisweg! roept ie dan vanuit het kleinste kamertje. In dezelfde categorie ‘licht onsympathiek’ vallen ook uitspraken als: Ik heb toch niks gevraagd! Als je hem iets wil laten doen waar hij niet bepaald om staat te springen. Of: Ik wol da ni! Een boze uitval waarin slechts één klinker fout staat. Maar de meeste van zijn citaten kan ik gelukkig eerder onder de noemers ‘grappig’ of ‘snugger’ klasseren. Nee, moeilijk gaat niet! bijvoorbeeld. Nadat ik hem probeerde te leren dat ie niet onmiddellijk moet opgeven als de uitdaging wat groter wordt. Of: Straks is iedereen donker. Hij bedoelde dronken, maar deed toch voor de zekerheid het licht uit. Daddis cool! Waarop je heel even denkt dat je al een teenager in huis hebt. Papa is een kapoentje! vind ik ook een leuke. Net als: Papa is een traktortje! Toen hij zijn vader iets te hard hoorde snurken. En: Maar ik héb al goed geslaapt! Het is geslapen Finn! Nee, geslaapt! Hij heeft moeite om zijn taalfouten toe te geven én hij begint middagdutjes overbodig te vinden. Hem ‘s avonds stil krijgen, is ook niet evident overigens. Als zijn bedverhaaltje erop zit terwijl hij nog lang niet aan slapen denkt, komt onze bengel met dit sluwe compromis op de proppen: Dikkie Dik moet niet slapen, Dikkie Dik moet eerst nog twee minuutjes tv kijken! Nice try. En deze laatste bezorgde ons de slappe lach in het weekend dat de klaspop kwam logeren: Mama! Juleske mag niet naar mij kijken! Waarop ik het arme ding instant uit zijn kamer moest evacueren.
Ach, een verbeterde Finn is goed, een perfecte Finn zou saai zijn. Toch?

(Deze column verscheen afgelopen weekend in Hallo, de tv-bijlage van Het Belang van Limburg.)

Meer zotte uitspraken van Finn lees je hier.