Is het finaal gedaan met de heer in het verkeer?

Ik erger mij nog maar heel zelden. Wat dus niet wegneemt dat het soms nog wel eens voorvalt. Dan is het meestal aan domme mensen dat ik me stoor. Of misschien eerder aan domme uitspraken van niet per se domme mensen. Aan ongefundeerde meningen. Ja, daar gaat mijn hartslag bij momenten lichtjes van naar omhoog. En ik heb het ook altijd lastig met mensen die zich beter voelen, om wat voor reden dan ook. En zo zijn er wel een paar in het wereldje waarin ik vaak vertoef. Niet zo veel, maar wel een paar. Dat werd twee weekends terug nog maar eens pijnlijk bewezen. Al zijn ze eigenlijk overal, in elk wereldje. Ik snap dat niet zo goed. Ik voel mij niet minder, maar ook niet meer dan een ander. Ook niet in het verkeer.

In die arena beleef ik zonder twijfel mijn grootste ergernissen. Ergernis die ik zelfs fysiek voel en uren later nog meesleep. Waarom is het op de baan zo verdomd moeilijk om rekening te houden met elkaar? En waarom hebben we echt geen greintje geduld meer? Vinden we het belangrijker om een halve minuut minder te laat aan te komen (want face it, als je op tijd vertrekt, rij je met een andere ingesteldheid en face it evenzeer, de gevolgen van te laat komen zijn zelden zo dramatisch dat je er een aanrijding voor wil riskeren!), dan hoffelijk om te gaan met een ander? Een andere bestuurder, een andere weggebruiker?

Ik loop veel. Hier in de buurt. Een buurt met veel groen, maar met weinig voetpaden. Waardoor ik vaak de weg op moet. En mij dan een wel heel erg zwakke weggebruiker voel. Een heel erg geminachte ook. Ik probeer in alle weers- en lichtomstandigheden uiterst zichtbaar te zijn en toch word ik vrijwel standaard genegeerd. Auto’s vertragen niet (en ze rijden sowieso al ongepast hard), wijken zelfs geen mini-beetje uit voor mij. Meer dan eens dwingen ze me de berm of half de gracht in. Ze razen me rakelings, ongegeneerd en zich beter en belangrijker voelend voorbij. Of hoe moet ik dat anders interpreteren?

Soms word ik instant boos, roep ik iets, molenwiek ik een beetje. Maar ook dat wordt genegeerd. Als het überhaupt al opgemerkt kan worden aan die onaangepaste snelheid. En dan gaat het hier nog om mij. Ik ben voorbereid. Ik pas me, omgekeerde wereld of niet, al aan aan dat onaangepast rijgedrag. Omdat het dat is of omver gereden worden. Maar wat met mijn kinderen? Zij kennen de andere kant van het verhaal niet, kunnen het allemaal nog niet zo goed inschatten. Zij durven al eens een onverwachte move doen en kunnen zichzelf, laat staan de ander, nog niet zo goed inschatten. Wat als er dan een wagen tegen 70 per uur de bocht uitkomt? Nee, die kan niet meer op tijd reageren. En nee, jouw topexemplaar is geen uitzondering. En ja, ook jouw topreflex komt dan te laat.

Is dit een pleidooi tegen rijden met de auto? Verre van. Ik gebruik de mijne ook vaak. Vaker dan mij lief is, maar bon, dat is een ander verhaal. Wel een pleidooi om wat meer rekening te houden met elkaar. Ook in ons crazy Belgische verkeer. Als je de ene keer fietst of wandelt en de andere keer rijdt met de wagen, ben je je eigenlijk goed genoeg bewust van de beide kanten van dit verhaal, toch? En zelfs al ken je officieel maar één zijde, is het niet zo enorm moeilijk om je in te leven in de andere, ofwel? Uiteindelijk gaat het over voorkomen in plaats van genezen? Een ongeval, het moet niet eens dodelijk zijn, wil je toch te allen prijze vermijden? What happened to defensief rijden? Is dat zo fucking 2018? 

Voor mij is het simpelweg een kwestie van respect. Ik heb je gezien en je bent misschien niet meer waard dan ik, maar ook niet minder, en dus vertraag ik. Of geef ik voorrang. Voorrang geven en krijgen kan zo schoon zijn, lieve mensen! En in de file staan we toch. En te laat komen we ook. Zeker als we niet op tijd vertrokken zijn.

4 Comments

  1. +1 Elke dag fiets ik met lijn kinderen naar school. Ik hou mijn hart al vast voor deze regenachtige week, wanneer plots alle kinderen niet meer kunnen fietsen en met de auto tot in de schoolpoort gebracht moeten worden.

    Dus aan iedereen: wees waakzaam de volgende dagen voor wandelaars, lopers en fietsers en geef ze ruimte. En neen je moet echt niet in die plas naast ons rijden.

  2. Helemaal waar, ik heb dit ook al vaak ondervonden tijdens het lopen!
    Ook respect en tolerantie tegenover de ander auto’s. Dit weekend nog een middelvinger gekregen van 2 jonge meisjes die vonden dat ik niet snel genoeg reed en die het dus een groot probleem vonden om hun rem te gebruiken. Voorrang geven of een vriendelijke daad kunnen iemand zijn dag echt goed maken!

  3. Ik moet zo dagelijks met mijn vijf zonen met de fiets het verkeer door. Elk rond punt is telkens het besterven als papa omdat je wel heel veel auto’s ziet die zich niets maar dan ook niets aantrekken van de fietsers op dat ronde punt. Of zo is er ook een plaats waar het fietspad overgaat naar de rijweg (in een zone 30 weliswaar), maar ik kan de keren dat ik daar opzijgeduwd ben als fietser niet meer tellen. Ik vraag me soms af hoeveel jaren van mijn leven ik al verloren heb door mijn kinderen te zien fietsen in ons Belgische verkeer.

  4. Inderdaad, Erika. Ik ben het volkomen eens met u. Vorige week, tijdens mijn dagelijkse ochtendrit met de fiets, kwam een auto uit een zijstraat (met stopteken!) en reed pardoes over het fietspad. Ik moest in de remmen en terwijl ik duidelijk maakte dat dit een gevaarlijk maneuver was begon de bestuurder te claxonneren. Ik vermoed dat het een persoon was die zelf niet met de fiets rijdt of gefrustreerd was door het vele verkeer. Maar dat is natuurlijk geen reden om het leven van iemand anders in gevaar te brengen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *